HET RITME VAN ONREDELIJKE ABSTRACTIE

 “Who knows, maybe all our ‘abstract’ forms are ‘forms in nature’.”

- Wassily Kandinsky


Het atelier van Bert De Geyter valt misschien het best te lezen als een onverwachte reis. Een strakke boekenwand met maquettes en tekeningen. Gestapeld, ingelijst en op rol. De geur van spray paint en droogtijd op de werktafel. Daaronder gerecupereerd verpakkingsmateraal en restjes hout die elders bij het brandhout gesorteerd worden. De atmosfeer zou dat van een alternatief bureau voor ruimtelijk ordening of stedenbouwkundige planning kunnen zijn.


Bevestigd aan de wand staat een object. Een tak met de universeel herkenbare kleurcombinatie rood-wit, doet meteen denken aan een uit de natuur geplukte gevarendriehoek. Even later plaatst hij met een ogenschijnlijke willekeur een ander object op de vloer. De rechthoekige houten balk, beschilderd met afwisselend zwarte en matte diagonalen, lijkt met zijn ene schuine zijde meteen te versmelten met de ruimte, gefixeerd in tijd. Deze beslist eigenzinnige objecten van De Geyter getuigen van een bewustzijn dat verder reikt dan een louter bevragende praktijk.


Bert De Geyter is in de eerste plaats tekenaar, maar maakt ook objecten en installaties. Deze laatste zijn echter geen lucratieve aanvulling op zijn tekenkundig werk. Ze zijn enerzijds een noodzaak binnen zijn praktijk die vertrekt vanuit een grote betrokkenheid op architectonische kwesties. Anderzijds duiden ze op de relativiteit van wat zowel de term 'tekenaar' als het witte blad als ruimte begrenst.


In een bijna zuiver formalisme, boven emotionele en expressieve acties, experimenteert hij met vorm, materie, kleur en ruimte. De vorm is die van het menselijk abstract denkvermogen, de onredelijkheid ervan en hoe deze toch steeds onttrokken aan de natuur kan zijn. De materie is die van het verloren/gevonden object en hoe de logica diens destinatie onthult. Na een periode met fluo rood te hebben gewerkt, ontwikkelde hij een nog soberder, nog universeler kleurenpalet: het materiaal zelf, wit en zwart. Ze trekken de aandacht, dan weer met krachtige subtiliteit leiden ze om. Met de tijd -echo en reflectie- als vierde dimensie is de ruimte hetgeen waarnaar, waarmee en waartegen hij creeërt.


Het werk van De Geyter bestaat enkel in situ. Tekeningen en sculpturen worden in provisoire accrochages opgesteld. Zowel hun eigen als onderling ritme (de)construeert de relatie tussen de werkelijke ruimte -en misschien wel diens non-existentie- en onze perceptie ervan. Zijn werk vertoont affiniteit met kunstenaars zoals Blinky Palermo en Daniel Buren. Op het ritme van onredelijke abstractie en met interesse in de mens als maatstaf schept hij op tactiele wijze een beeld van onze vaak absurde relaties met de wereld die we zelf gemaakt hebben. Hij vestigt de aandacht op architectonische eigenaardigheden en verandert onze waarneming van de ruimte en onze plaats erin. Het ware als een illusionist doet hij ons geloven dat we niet de auteur van eigen omgeving zijn.